_

Duration: Approx. 11 minutes
Composed at the request of Astrid in 't Veld and TROS Radio and dedicated to the Radio Symphony Orchestra and Eri Klas.

Scoring

Piccolo
2 Flutes
2 Oboes
English Horn in F
2 Clarinets in Bb
Bass Clarinet in Bb
3 Bassoons

4 French Horns in F
3 Trumpets
2 Trombones
Bass Trombone

Tuba
Timpani
Percussion:
Xylophone
Suspended Cymbal played with felt sticks
Pair of Cymbals
Triangle

Harp

String Orchestra

Score in C

 

First performance was on May 2, 2004 in the large hall of Concert Center Vredenburg in Utrecht, performed by the Radio Symphony Orchestra conducted by Eri Klas.

Hamburg: Mighty Maestoso
(NRC Handelsblad May 3, 2004)

The premiere of Wild Waters that Roared created waves of enthusiasm in the hall during the inspired performance of the Radio Symphony Orchestra conducted by Eri Klas... The swelling masses of sound in glowing, billowing strands underneath sparkling trills is a clear reference to Debussy's La mer. Though Hamburg begins intimately in the velvet of the English Horn and bassoon, leading into anything but intimate brass fanfares which introduce a mighty maestoso. This is the trademark of this composer: ardent, frothing and anything but jagged.

Hamburg - The Wild Waters that Roar
(From the program notes)

'Het orkest is bij uitstek een medium voor tonale muziek', stelt Jeff Hamburg. 'Hoe verder je van de klassieke tonaliteit afwijkt, hoe groter de kans dat de luisteraar in zo'n rijk weefsel van stemmen en timbres het spoor kwijtraakt. Als je atonaal wilt componeren is dat natuurlijk prima, maar dan kun je volgens mij beter een kleinere bezetting kiezen. Het interesseert me niet hoe modern ik ben. Stijlen veranderen, maar inhoud is tijdloos.'

The Wild Waters that Roar is een van Hamburgs drie orkestwerken die afgelopen halfjaar in premiere gingen. Orkesten geven hem ruimte, mede omdat het publiek blijk geeft zijn muziek te begrijpen. Vaak trekt dergelijk succes een wissel op het enthousiasme van recensenten. Zo niet hier: Hamburg kan ook rekenen op (groeiende) bijval van de pers. Hamburg vertegenwoordigt een tendens van welluidendheid en 'nieuwe tonaliteit', die haaks staat op de klank van de avant -garde uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Kritiek op zijn werk, merkt Hamburg, komt dan ook vaak uit de hoek van die oudere garde: 'De vorige generatie, actief tijdens de wederopbouw, wilde een nieuwe start. V oor velen van hen kon muziek niet abstract genoeg zijn. Maar ze verloren het contact met het publiek; nieuwe muziek werd iets engs. Componisten van mijn lichting willen niet terug naar een vooroorlogse taal, maar ze proberen wel een lans te breken voor verstaanbaarheid. En er lopen nog steeds invloedrijke figuren rond van wie dat niet mag. We zien wel hoe het verder gaat. In elk geval ben ik enorm blij dat ik niet in zo'n nieuwemuziekgetto zit. Ik vind het prima als mijn werk wordt geprogrammeerd tussen ouder, bekender werk. Dan kun je historische lijnen en verwantschappen horen. Hedendaagse muziek is geen eiland.'

Op dit programma wordt Hamburgs compositie gecombineerd met werken uit een andere wereld en een andere tijd. Met het zuid- Russische palet van Khatsjatoerjan is hij evenwel verbonden via een smal bruggetje: componerend vanuit zijn joodse identiteit hanteert Hamburg - onbewust, meestal- melodische wendingen die sams Midden -Oosters aandoen.

'Ik wil van dat jiddische aspect geen pose maken, of een lans breken voor de joodse zaak. Maar evenmin wil ik mijn afkomst verloochenen. Die "oosterse" wendingen - overmatige secundes, bijvoorbeeldzijn voor mij net zo onvermijdelijk als een kwint voor Mahler was. En trouwens: The wild waters that roar ontstond naar aanleiding van Shakespeares The Tempest, de titel is een citaat daaruit. Geen joods onderwerp dus, ditmaal.'

Hamburg, geboren in Philadelphia, is Engelstalig opgevoed en kent zijn Shakespeare. Met The Tempest had hij altijd al 'iets' willen do en -liefst een opera. Het werd - voorlopig - een orkestwerk; het kortste dat hij tot nu toe schreef.

'Het was een uitdaging om eens een bondig, ouvertureachtig stuk te schrijven - meestal neig ik naar lang uitgesponnen lijnen. Het is dan ook geen muzikale weergave van het toneelstuk geworden. Het drukt eerder de dynamiek van Shakespeares taal uit, de energie die je overvalt als je zijn werk Ie est, zijn vermogen om de wereld met woorden te bezweren. Niet de intrige, maar de suggestieve kracht van zijn tekst was voor mij belangrijk. Ik ben geen Shakespeare, maar een kort orkestwerk dwingt je wel tot die maximale expressie: elke beweging, elke noot moet raak zijn. Tegelijkertijd bood het me de mogelijkheid om mijn zegje te doen over de dreigende bezuinigingen rond de radio-orkesten. Je kunt je adhesie betuigen in een protestbrief, maar volgens mij is het ook effectief om het klinkende nut van zo'n orkest te laten horen. Daarom probeer ik hier aile krachten te mobiliseren die zo'n symfonisch apparaat te bieden heeft. '

 

 

 

'